Bij de zestiende zondag door het jaar B

Phillip Keller vertelt in 1970 over Psalm 23. Phillip vertelt het vanuit zijn jarenlange ervaring als herder. Als gelovige herder legt hij de bijbelse beeldtaal uit met zijn kennis van herder-zijn in de realiteit van elke dag. Hij vertelt over de nauwe band die hij heeft met zijn kudde. Toen hij zijn eerste kudde kocht werden die beesten zijn eigendom, maar ook zijn verantwoordelijkheid, het wel en wee van zijn kudde had alles te maken met zijn manier van herder zijn. Een goede herder zorgt voor zijn schapen, hij waakt over hun welzijn, maar hij zorgt ook voor groene weiden, zorgt voor drinkplaatsen met helder water, zorgt voor de veiligheid en beschermt zijn kudde dag en nacht.

Bij afwezigheid van een herder raken de dieren gestresseerd, zij worden rusteloos omdat dominante dieren de anderen geen rust gunnen. Zo vertelt herder Phillip: “Ik heb al honderden keren gezien hoe een bazige oude ooi op een jonger schaap afliep dat misschien rustig stond te grazen of ergens op een beschut plekje was gaan liggen. Dan boog het oude schaap haar nek, liet haar kop zakken, sperde haar ogen wijd open en liep met stramme passen op het andere schaap af. De boodschap was duidelijk: ‘Wegwezen! Maak plaats voor mij!’ Als de andere ooi niet onmiddellijk uit zelfbescherming opsprong of zich uit de voeten maakte, kreeg ze een genadeloze kopstoot te verduren.”

Als schapen zonder herder zijn, zijn er binnen de kudde voortdurend spanningen, kunnen de schapen niet rusten en worden ze moe en uitgeput.

Als christenen weten wij wie onze Herder is, bij Hem komen wij tot rust, Hij schenkt ons diepe vrede, Hij toont ons groene weiden en de bron van het leven…

Laten we even tot rust komen en luisteren naar het volgende lied: (klik op de titel om de muziek te beluisteren via YouTube)

Sela: Mijn herder

De Heer is mijn Herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij omringt mij met zijn liefde.

De Heer is mijn Herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in zijn nabijheid.

Hij roept mijn naam; ik hoor zijn stem; Hij de mijne.
Als ik dwaal, zoekt Hij mij op; brengt mij veilig thuis.
Mijn Herder verzorgt al mijn wonden; heeft mij teder verbonden.
Er is geen betere plek dan bij Hem te zijn.

Hij gaat mij voor; ik volg zijn spoor; Hij zal leiden.
Als ik val, geeft Hij mij kracht om weer op te staan.
Mijn Herder beschermt heel mijn leven door het zijne te geven.
Er is geen betere plek dan bij Hem te zijn.

Al gaat mijn weg door een donker dal;
ik weet dat Hij mij brengen zal naar een plaats
waar ik eeuwig thuis zal zijn.

Tekst en muziek: Anneke van Dijk-Quist. © 2013 Stichting Sela Music