Bij de 22e zondag door het jaar B

‘Uit het binnenste van de mens’, zegt Jezus, ‘komen alle lelijke dingen…’. Jezus maakt een einde aan alle reinheidsvoorschriften door er op te wijzen dat alles rein is, want alles is schepping van God. Hoe kan een dier onrein zijn? Hoe kunnen levenssappen onrein zijn? De schepping komt van de Schepper die alles met goede bedoelingen heeft gemaakt. In wezen, in oorsprong is alles rein. Maar in het hoofd van de mensen wonen slechte gedachten die in slechte daden worden omgezet. Het enige wat onrein is in deze wereld, zijn onze gedachten en onze manier van omgaan met de schepping. Het ligt erin hoe je het bekijkt… hoe helder is je oog?

Jezus leert ons om als kinderen, onbevangen, zonder oordeel, de natuur, de dieren en de medemensen te benaderen, te kijken met grote, heldere ogen. Wie liefheeft, ziet graag, kan niet anders dan graag zien. Jezus bezag deze wereld, de mensen en de dingen met ogen vol liefde. In die liefde vallen grenzen weg, de grens tussen rein en onrein, innerlijk en uiterlijk.

Jezus klaagt de farizeeën en schriftgeleerden aan omdat ze scheiding brengen en door talloze wetjes en voorschriften de spontane liefde voor mensen en dingen begrenzen. Liefde laat zich niet inperken, liefde zoekt vrijheid, liefde kijkt niet naar voorschriften, liefde opent de ogen van mensen zodat ze graag gaan zien en hun ogen gaan stralen.

Jezus heeft een hekel aan de mensen die scheiding brachten tussen rein en onrein. Jezus heeft een hekel aan de mensen die allerlei wetjes bedachten rond o.a. de rituele reinigingen. Een eerste voorbeeld: het water voor de rituele wassingen laat Jezus smaken als wijn tijdens het wonder op de bruiloft te Kana. Een tweede voorbeeld: met aarde en speeksel maakt Jezus slijk om de ogen van de blinde te openen.

De natuur is goed, is door God gemaakt, waarom zou dat onrein zijn? Een stuk brood, een beker wijn, meer moet dat voor Jezus niet zijn. Voor Jezus geen gouden schalen en kelken, geen wetsboeken vol rituele voorschriften, maar liefde en oprechtheid, het hart op de tong, het hart op de juiste plaats. Geen lippendienst en woordenkramerij, maar eenheid in denken en doen, zuivere intenties en een groot hart waarin geen slechte gedachten te vinden zijn.

Zo laat een dichter God zeggen: ‘Wat in jouw ogen verkeerd is, is goed in de zijne, wat honing is voor de een, is gif voor de ander. Zuiver of onzuiver, laks of toegewijd in de aanbidding, daar geef Ik niet om, daar sta Ik boven. De ene aanbidding isniet beter dan de andere. Het zijn lofprijzingen allemaal, en het is goed allemaal. Ik ben niet degene die vereerd wordt in die gebeden. Het zijn de aanbidders zelf! Ik hoor die woorden niet die zij spreken. Ik kijk in hun hart naar hun nederigheid, want die is echt, niet de taal. Vergeet toch die mooie woorden. Ik wil vurige, vurige liefde. Sluit vriendschap met die vurige liefde. Verbrand je gedachten, verbrand je mooie zinnen.’