Bij de 23e zondag door het jaar B

Heb je dat gezien? Heb je dat al gehoord? In ons spreken gaat het vaak over wat we gezien of gehoord hebben. Wij kunnen communiceren met elkaar omdat we een taal hebben en een spraakvermogen, het vermogen om onze gedachten te delen in uitgesproken woorden…

We gaan nu even een vorm van zelfaanbidding doen, wie wil kan net als ik even zachtjes wrijven op het deeltje van je hoofd boven je linkeroor… Daar zit namelijk ons spraakvermogen, ons vermogen om een mens te zijn die kan communiceren met andere soortgenoten. Wie slecht hoort, slecht ziet of een spraakgebrek heeft, moet op zoek gaan naar andere communicatiemogelijkheden, hij of zij ervaart een groot gebrek om te kunnen omgaan met anderen.

Jezus wil dat mensen er volledig bij horen, dat niemand aan de kant hoeft te staan, dat blinden zien, doven horen, stemlozen kunnen spreken. “Ga open, blijf niet langer opgesloten… Open je ogen en zie, open je oren en hoor, open je mond en spreek!” Jezus roept mensen op om open te staan naar anderen toe, dat zij horen, zien en spreken.

Zo is het effeta-gebed een onderdeel geworden van de doopliturgie, waarbij de doopheer de dopeling zalft met chrisma en o.a. de zintuigen zegent. Zo klinkt de tekst uit een doopboekje:

“Jezus sprak een doofstomme aan en er gebeurde iets dat wij niet begrijpen, noch verstaan. De doofstomme kon weer luisteren naar zijn eigen stem. En hij kon weer horen wat een ander zei tot hem. Jezus zei ‘Effeta, ga open’ en er gebeurde meer dan de doofstomme durfde te hopen. Niet alleen zijn oren en zijn mond, maar ook zijn hart ging open. En niet alleen de doofstomme kon weer luisteren en spreken, maar ook de omstaanders die naar hem keken, werden aangesproken door de Heer en ze konden niet zwijgen over dit wonderlijk teken. Dat ook Arthur met ‘open mond’ en ‘open oren’ het woord van God mag horen en dat zijn hart mag openstaan zodat hij met Jezus op weg kan gaan.”

Of de tekst in het doopboekje ‘Doop aan de bron van leven’

We zalven je in Jezus’ naam

“Ik zegen je groeiende ogen, opdat je er veel mensen mee mag graag zien en dat je er verwonderd mee mag rondkijken. Ik zegen je groeiende oren, opdat je er veel lieve woorden mee mag horen. Ik zegen je groeiende mond, opdat je er lief en teder mee mag zijn en dat je er woorden van bemoediging, troost en hulp mee mag spreken. Ik zegen je groeiende handen, opdat je er meer mee zou strelen dan slaan, dat je er mee mag werken ten goede. Ik zegen je groeiende voeten, dat je er mee je eigen weg zou vinden doorheen het leven.”

Laten wij als christenen blij en dankbaar zijn om ons vermogen tot communiceren, dat wij met veel liefde horen, zien en spreken!