Bij de 29e zondag door het jaar A

Mensen kunnen soms zo moeilijk doen. We zijn misschien ook niet altijd de gemakkelijksten, we zeggen misschien af en toe ook iets wat we beter niet zouden zeggen, we zijn niet altijd eerlijk in ons spreken, laat staan dat iedereen zomaar en altijd onze gedachten zou mogen lezen.

Jezus kende de mensen door en door, hij kon hun gedachten raden, hij wist wat leefde in hun hart, in hun binnenkamer. Jezus doorziet de gedachten van mensen, hoe sluw ze ook waren, Jezus had dat door. De valstrik die mensen opzetten, daar trapt onze Jezus niet in. Met liefdevol geduld en hemelse wijsheid dient hij hen van antwoord, daar kunnen ze niet tegenop, dat stoort hen, dat vinden ze niet leuk.

Wanneer wij proberen goede christenen te worden, hebben we heel wat werk voor de boeg. Op de eerste plaats, werk aan onszelf. Hoe kunnen we betere mensen worden? Daartoe is zelfkennis nodig, en eerlijkheid. Durven in de spiegel kijken, durven aanvaarden wie je bent, maar ook durven werken aan je kleine kantjes, je onhebbelijkheden. Stel dat het je lukt om zo goed mogelijk mens te zijn, dan volgt de stap om op een liefdevolle wijze om te gaan met medemensen. Op de tweede plaats kunnen we als goede christenen werken aan vrede, aan liefdevolle, vriendschappelijke, diepmenselijke relaties tussen de mensen die wij tegenkomen en met wie wij de hemel op aarde willen uitbouwen.

Er is een grote portie mensenkennis nodig, veel geduld, vergevingsgezindheid, moed om telkens weer te werken aan vriendschap en herstellen van vertroebelde relaties. We weten allemaal hoe vaak en hoe vlug een verkeerd woord is gezegd, of een goed woord verkeerd begrepen, of hoe mensen A zeggen en B verzwijgen, of dit in je gezicht durven zeggen en andere zaken liever achter je rug, of ja zeggen en neen denken, of je verraden terwijl je erbij staat. Maar nogmaals, het kan ook door onszelf zijn dat er ruzie ontstaat, of dat we iets in gang hebben gezet, wat we zelf hadden kunnen voorkomen…

Laten we proberen vredestichters te zijn, troosters van bedroefden, brengers van waarheid en licht in het voetspoor en naar het voorbeeld van Jezus.

Als afsluiter een verhaaltje of de drie zeven.

Socrates, de Griekse wijsgeer, liep eens door de straten van Athene. Plotseling komt een man opgewonden naar hem toe. “Socrates! Ik moet je iets vertellen over je vriend die…”

“Ho, eens even”, onderbreekt Socrates hem. “Voordat je verder gaat. Heb je het verhaal dat je mij wilt vertellen gezeefd door de drie zeven?” “De drie zeven? Welke drie zeven”, vraagt de man verbaasd. “Laten we het proberen”, stelt Socrates voor. “De eerste zeef is de zeef van de waarheid. Heb je onderzocht of het waar is wat je mij vertellen wilt?” “Nee, ik hoorde het vertellen en…”

“Ah juist! Dan is het toch zeker wel door de tweede zeef gegaan? De zeef van het goede? Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?” Aarzelend antwoordt de man: “Euh, nee, dat niet. Integendeel…”

“Hm”, zegt de wijsgeer. “Laten we dan de derde zeef gebruiken. Is het noodzakelijk om mij te vertellen wat jou zo opwindt?” “Nee, niet direct noodzakelijk”, antwoordde de man.

“Welnu”, zegt Socrates glimlachend. “Als het verhaal dat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en zwijg erover.”