Bij de vijfde zondag van de vasten B

De graankorrel moet sterven om vrucht voort te brengen. Jezus is die weg van zelfgave gegaan. In ons hart heeft God zaadjes van liefde geplant, het is aan ons om goede voedingsbodem te zijn, om in liefde te leven en om in liefde te geven. Over die gevende liefde wil ik het met jullie hebben vandaag en dit aan de hand van twee mooie verhaaltjes.

Het eerste verhaal is een joodse legende over de plaats waar koning Salomo een tempel voor God wilde bouwen.

Een vader liet zijn twee zonen een korenveld na, als erfenis. Ze verdeelden het veld eerlijk in twee stukken. De ene zoon trouwde en kreeg een groot gezin, de andere zoon bleef alleen. Toen het graan geoogst was, lag de broer zonder gezin op bed, en kon niet slapen. Hij dacht: ‘Wat moet ik met die hele oogst? Mijn broer heeft het veel harder nodig, met zijn grote gezin!’ Dus hij stond op, midden in de nacht, liep naar het veld, en zette een heel aantal schoven van zijn eigen land op het land van zijn broer. Diezelfde nacht lag zijn broer ook wakker. Hij dacht: ‘Als mijn vrouw en ik later oud zijn, hebben we kinderen die voor ons zullen zorgen. Maar mijn broer heeft dan niemand. Eigenlijk heeft hij dat graan veel harder nodig, om geld te sparen, voor later.’ Hij stond op, liep naar het veld en zette een heleboel schoven op het land van zijn broer. De volgende morgen waren ze allebei heel verbaasd. Ze hadden ieder nog even veel! Die nacht deden ze allebei weer precies hetzelfde. En weer waren ze verbaasd, toen de zon opging. Wéér hadden ze evenveel als voorheen! In de derde nacht liepen ze weer naar het veld, en daar, op het veld, kwamen ze elkaar tegen, allebei met hun handen vol schoven. Verbaasd keken ze elkaar aan, en toen vertelden ze elkaar alles. Vol liefde omhelsden ze elkaar. En God in de hemel had alles gezien. En God zei: ‘Dat korenveld is een plaats van liefde. Daar wil Ik wonen.’ En volgens de legende is op die plek bij Jeruzalem, die plek van gevende liefde, door koning Salomo de tempel gebouwd, het huis van God.

Het tweede verhaaltje is van de hand van Paulo Coelho en gaat over het beste landbouwproduct…

Vanwege de beste kwaliteit van de tarwe die hij teelde, won een boer alle prijzen die het ministerie van landbouw van zijn land te geven had. Nieuwsgierig geworden reisde een journalist af naar de plek waar de man woonde. Hij was van plan een uitvoerig artikel te schrijven waarin hij het geheim van de zo succesvolle boer zou ontrafelen. Daar aangekomen vroeg hij de boer hoe hij het klaarspeelde om zulke goede tarwe te telen. ‘Heel simpel’, was het antwoord, ‘na afloop van de oogst hou ik een flink deel van de tarwe apart en dat geef ik als zaaigoed aan mijn buren.’ De journalist reageerde verbaasd: ‘Maar geeft u die goede tarwe echt weg? Het mogen dan wel buren zijn, maar het zijn toch ook uw concurrenten?’ ‘Het één kan niet zonder het ander, het is één geheel’, zei de boer. ‘In de lente neemt de wind het stuifmeel mee en blaast het alle kanten op. Als mijn buren iets slechts zaaien, heeft dat gevolgen voor mijn oogst. Om het beste product van de streek te hebben, moet ik ervoor zorgen dat de kwaliteit van de tarwe van mijn buren dezelfde is – en ook blijft – als die van mij. Ik kan in het leven niets goeds tot stand brengen, als ik de anderen niet stimuleer hetzelfde te doen.’

Laten we elkaar bemoedigen om het goede te doen, de liefde ruim te zaaien en te weten dat een nieuwe wereld mogelijk is, een wereld waar brood en recht en waardigheid en liefde is voor al wat leeft.