Bij de zesde zondag door het jaar B

“Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.” Zo luidt artikel 1 van de universele verklaring van de rechten van de mens. Een geest van broederschap, een klimaat dus van verdraagzaamheid, respect en vriendschap, verzoening en vrede. Alle landen die deze rechten van de mens hebben ondertekend willen dus daar werk van maken. Niet alleen de politieke systemen, maar ook de godsdiensten, de verschillende samenlevingen zijn geroepen om mee te werken aan die geest van broederschap en zusterschap.

De apostel Paulus schreef het al tweeduizend jaar geleden: “Geef geen aanstoot aan de Joden of andere volken.” De wereld is ondertussen sterk veranderd, we kennen en er zijn ook veel meer volkeren, er zijn veel meer verschillende godsdiensten en overtuigingen ontstaan. Maar de boodschap blijft dezelfde: dat wij aan elkaar geen aanstoot mogen geven, elkaar niet mogen treiteren en voor het hoofd stoten. Dat wij eerder zouden samenbrengen en verbinden, dan scheiding te brengen of grenzen op te trekken. Wanneer we vrede willen, zal dat de eerste stap in de goede richting zijn, te leren leven als broeders en zusters in een geest van liefde en respect. Dat wij geen aanstoot zouden geven aan de Joden, de Moslims, de Hindoes, de Boeddhisten, de Christenen, andersgelovigen… Dat wij ook in eigen kleine kring het anders zijn van de ander waarderen en niet als een gevaar beschouwen, maar dat we elkaar met liefde zouden benaderen…

“Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.” In een geest van broederschap mogen wij elkaar geen aanstoot geven, geen aanleidingen geven tot ruzie of zelfs oorlog. Maar dat wil niet zeggen dat in diezelfde geest van broederschap er geen verscheidenheid meer mag zijn, neen, integendeel, we kunnen maar leren respect opbrengen voor elkaar juist omdat we anders zijn, omdat er verschillende geloofsovertuigingen zijn, omdat we leven in verschillende culturen met verschillende tradities. We hebben het recht op vrije meningsuiting, maar niemand heeft het recht om een ander te kwetsen of te vernederen.

De oproep tot verdraagzaamheid en wederzijds respect zal blijven klinken zolang we niet kunnen leven in vrede met elkaar. Vanuit ons geloof zijn ook wij geroepen vanuit Gods liefde deze wereld om te vormen tot een plek waar het goed om wonen is.

De ketnet actie “Stip It” roept kinderen en jongeren op om nee te zeggen tegen pesten en vier stippen op de hand te zetten, het zijn de vier punten uit het manipest:

  1. ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen
  2. ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt
  3. ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  4. ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt

Deze move tegen pesten, deze beweging maakt een nieuwe wereld mogelijk…