Bij het feest van de Doop van Heer (jaar A)

De rivier de Jordaan ontspringt uit een bron (bovenaan kaart)
in de noordelijke bergen van Israël en stroomt zo omlaag
via ontelbare bochten om uit te monden in de Dode Zee (onderaan kaart).

De betekenis van de Jordaan is ‘afdalen’.
Letterlijk want de Dode Zee ligt 417,5 meter onder het zeeniveau
en is daarmee het laagstgelegen meer ter wereld.
Na deze aardrijkskundige gegevens wil ik jullie iets vertellen
over de doop van Jezus en de betekenis van ons eigen doopsel.

Vorige week vierden we Driekoningen of in kerkelijke termen,
de Openbaring van de Heer.
Jezus werd geopenbaard als koning van de wereld,
koning en herder van elk mensenhart.
Het feest dat we dit weekend vieren in de kerk
is het Doopsel van de Heer, waarmee we de kerstperiode afsluiten
en de tijd door het jaar terug aanvatten.

De doop van Jezus gebeurde niet toen Hij een baby was,
maar bij het begin van zijn openbaar leven op dertigjarige leeftijd.
Dat doopsel door Johannes toegediend was een doopsel tot bekering.
Door af te dalen in het water van de Jordaan en gedoopt te worden
kwam je als nieuwe mens terug uit het water,
de zonden werden weggewassen en afgespoeld.

Jezus was zonder zonde, maar Hij gaat in die lange rij van mensen staan,
Hij is geroepen om volledig mens te worden, ook Hij moet ondergaan
in dat water en opstaan om vrij te kunnen ademen.

Wie in de Jordaan gaat staan laat zich niet meedrijven met de stroom
want die leidt naar de dood,
de Dode Zee waar, door het te zoute water, geen leven mogelijk is.

Wie in de Jordaan gaat staan, zegt voor zichzelf: ik kies voor het leven,
ik ga stroomopwaarts, tegenstroom naar de bron van alle leven.
Jezus zal in zijn verdere korte leven niets anders doen
dan leven brengen om uiteindelijk ook zelf te verrijzen.

Ondergedompeld worden in de Jordaan is sterven aan jezelf,
maar ook opstaan, snakken naar nieuwe adem,
als gedoopte volop te gaan leven en leven te geven aan anderen.

De meesten onder ons hebben er niet zelf voor gekozen
om gedoopt te worden, als baby waren we onwetend,
onze ouders namen voor ons de keuze.
Op twaalfjarige leeftijd kregen we wel de kans
om verder te kiezen voor dat geloof
en dat leven in het voetspoor van Jezus.
Met Pasen worden we uitgenodigd onze doopbeloften te hernieuwen,
en elke zondag opnieuw belijden we ons geloof.
We zijn als baby ten doop gedragen,
maar als volwassenen is het onze taak dat doopsel en die naam van Jezus elke dag opnieuw waardig te zijn.

Bij het doopsel wordt de naam van God
over ons uitgesproken in drie keer.
De eerste naam van God is de Vader die zegt ‘Ik ben er voor u’.
Die naam roept ons op om er ook te zijn voor onze naasten.
De tweede naam van God is de Zoon die ons leert elkaar lief te hebben
en de derde naam van God is de Geest die deze wereld kan vernieuwen.

In de drie-ene naam van God kunnen wij mensen zijn naar zijn hart,
wanneer wij kiezen voor het leven, op zoek gaan naar de bron,
durven sterven aan onszelf om anderen te doen leven.
Dat wij zo verder gedoopt en gezegend mogen zijn in Gods naam.