Bij het hoogfeest Christus, Koning van het heelal / jaar B

Er was eens een parochie in Latijns-Amerika
waar een aanstellingsviering van de nieuwe pastoor gehouden werd.
Het was toen de gewoonte dat de parochianen
de nieuwe pastoor nog niet hadden gezien, of ontmoet,
ze wisten niet wie het was, tot het moment dat hij
via de sacristiedeur de kerk zou binnenkomen.
Maar de nieuwe pastoor liet op zich wachten,
alle ogen waren op de sacristiedeur gevestigd.
De aanwezigen werden wat zenuwachtig
en begonnen stilletjes met elkaar te praten.
De gespreksonderwerpen waren natuurlijk de vraag
wie de nieuwe pastoor zou zijn,
maar ook de laatste weetjes en roddels in de parochie.
Er werd ook druk gesproken over de vreemde zwerver,
die bedelaar in de inkom van de kerk.
Hij lag daar langs de muur te slapen, hij rook niet al te fris.
Kende iemand hem? Heeft iemand hem durven wakker maken?
De aanwezigen keken niet meer naar de sacristiedeur,
maar naar de inkom van de kerk waar die vreemdeling lag te slapen.
Op de grond lag zijn omgekeerde muts
met een kartonnetje in waarop stond ‘help’,
maar voor de rest was die muts leeg, er lag geen geld in.
Niemand van de aanwezigen had er iets durven inwerpen.
Plots stond de vreemdeling op, deed zijn sjofele jas uit
en stapte rustig via de middengang naar voren.
Het was muisstil in de kerk toen hij vertelde
dat hij de nieuwe pastoor was
en wist wat hem te doen stond in zijn nieuwe parochie.

Ik dacht aan dit verhaaltje toen ik voor het eerst
het kunstwerk van de Canadese kunstenaar Timothy Schmalz
leerde kennen.
Hij had een bronzen beeld gemaakt van een anonieme vrouw of man, gehuld in dekens, liggend op een bank.
Maar wie goed kijkt, ziet dat de ontblote voeten doorboord zijn,
een duidelijke verwijzing naar de gekruisigde Christus.
Titel van het beeld is dan ook ‘Homeless Jesus’.
Een replica van dit beeld staat in het Vaticaan
en sinds 2017 staat er ook een exemplaar
op het plein voor de Heilige Magdalenakerk te Brugge.
Jan De Vriese schreef voor de inhuldiging van dit beeld deze tekst:
“Een bank. Het roept vertrouwde beelden op.
In een stadspark, op een gezellig plein of met uitzicht wijd.
Lekker zonnetje of verkwikkende schaduw.
De bank als vrijplaats in de publieke ruimte, oase in de stad.
Eventjes gaan zitten, wegdromen, het leven aan je laten voorbijtrekken.
Een dutje doen, een praatje slaan, een broodje eten,
een innige omhelzing van je geliefde. Even, en dan weer verder…
Bank bezet. Publieke ruimte ingepalmd.
Plaats ingenomen door…
… ja, door wie eigenlijk?
Hoe zullen we hem noemen? Hem?… of haar?
Een nagenoeg gezichtsloze gestalte. Anoniem. Marginaal.
Kijkt jou niet aan en hoef je niet aan te kijken, laat staan groeten.
Je kan er zo aan voorbijlopen. Niets gebeurd.
Een donkere gedaante. Duistere verschijning. Onbekend maakt onbemind.
Toch maar even de politie bellen? Voor alle veiligheid.
Hoe zullen we hem of haar noemen?
Getekend door het leven, ten voeten uit. Gekwetst en kwetsbaar.
Uitgeput. Uitgeleefd.
Een menselijke vod op de afvalberg van de geschiedenis.
Verdreven, zonder eigen plek.
Wie ben je, bankslaper? Dwarsligger. Mijn-rust-verstoorder.
Voorbijlopen in een wijde boog of gaan zitten?
Er is nog een plaatsje over, bij nader inzien.
“Gaat het? Heb je iets nodig? Kan ik iets voor je doen?”
Zo zou het kunnen beginnen.
“Waar kom je vandaan? Mag ik weten wie je bent?
Wat heb je te vertellen?”
Zo zou het verder kunnen gaan.
De naamloze krijgt een naam, de gezichtsloze een gezicht.
Het gezicht van Jezus, die genoemd wordt: redder en verlosser?
Mogelijk. Het zou kloppen met de voeten.”

Voor wie de waarheid onder ogen durft zien
beseft dat wij als christenen op het feest
van Christus, Koning van het heelal, de koninklijke weg van Jezus eren.
Jezus die zich niet heeft willen vastklampen aan zijn goddelijke status, maar mens is geworden en als een slaaf voor ons de kruisdood stierf.
Jezus kwam voor ons getuigen van de waarheid
dat elke mens het goddelijke in zich draagt
en wij allen dus tot naastenliefde geroepen zijn.