Bij de 22e zondag door het jaar B

Jezus schetst een wat somber beeld over het innerlijke van de mens. Al moeten we Hem ook gelijk geven, want onze geest en ons hart zijn niet altijd zuiver, ons innerlijke is dikwijls bron van veel ellende. Onze gedachten zijn niet altijd op het goede gericht, in ons hart leven soms gevoelens van jaloersheid of wraak…

Om dit woordje niet te zwaar te maken vertel ik jullie twee verhaaltjes over ons innerlijke.

Twee monniken die op reis waren, kwamen bij een rivier aan. Daar was een vrouw die wilde oversteken. Omdat ze bang was voor de stroming in de rivier vroeg ze of de monniken haar naar de overkant wilden helpen. De jongste monnik aarzelde. De oudste zette haar op zijn schouders, waadde door de rivier en zette haar neer op de oever aan de overkant van de rivier. De vrouw bedankte hem en vertrok. De monniken vervolgden hun reis. De oudste stapte rustig door en genoot van het mooie landschap. De jongste was in zichzelf gekeerd en broedde op iets. Na twee uur te hebben gelopen, verbrak de jongste het zwijgen en zei wat hem dwars zat: ‘Broeder, wij hebben geleerd dat we contact met vrouwen moeten vermijden, maar jij pakte haar op je schouders en droeg haar!’ ‘Broeder’, antwoordde de oudste monnik, ‘Ik heb haar neergezet aan de overkant, terwijl jij haar nog steeds bij je draagt.’

Een monnik besloot om ver weg van de drukte in alle rust te mediteren. Weg van zijn klooster, nam hij een boot en roeide naar het midden van het meer, sloot zijn ogen en begon met mediteren. Na een paar uur ongestoorde stilte, voelde hij plots de klap van een andere boot die de zijne raakte. Met zijn ogen nog steeds dicht, voelde hij zijn woede stijgen en als hij zijn ogen zou openen, was hij klaar om te roepen tegen diegene die tegen zijn boot is gevaren en zijn meditatie verstoorde. Maar toen hij zijn ogen opendeed, zag hij dat het een lege boot was, niet vastgebonden, drijvend midden in het meer… Op dat moment begreep de monnik dat woede in hem zit; het moet gewoon een extern object raken om het uit te lokken. Daarna, wanneer hij iemand ontmoette die hem irriteerde, herinnerde hij zich dat woede een deel van zijn eigen innerlijke is.


Jezus leert ons om onze eigen innerlijke wereld te onderzoeken, zodat we door onszelf te kennen ook anderen zouden begrijpen, zodat we onze gedachten kunnen uitzuiveren en onze innerlijke bron helder houden.