naar Matteüs 6, 25-34 (tekstbewerking door Pradip Smagge)

Jezus wandelde eens in een tuin vol kleurrijke bloemen, het was prachtig weer, in de hemelsblauwe lucht scheen de warme zon en vogeltjes floten hun vrolijkste liedjes. Ook Jezus was blij en genoot van al het moois om zich heen.

Plots dacht Jezus aan de mensen die zich zoveel zorgen maakten over van alles en nog wat. Hun leven is waarschijnlijk zwaar om te dragen, dacht Jezus in zichzelf.

Daar kwam een vlinder aangevlogen om op de hand van Jezus even uit te rusten… Jezus zei tegen de vlinder: ‘Wat ben jij licht en met jouw kleuren maak je het leven mooi. Konden de mensen ook zo leven, wat minder bezorgd, en met meer vertrouwen in God die altijd voor ons zorgt. Jij, vlinder, hebt een kort leven, net zoals de bloemen en de vogels en ja, ook de mensen, maar ik weet dat God een tuin heeft gemaakt waar de zon nooit meer ondergaat, waar bloemen en vlinders en alle mensen zullen leven in liefde, zonder angst of pijn, want de dood bestaat daar niet meer.’

Toen Jezus uitgesproken was vloog de vlinder weg de hemelsblauwe lucht in, totdat Jezus hem niet meer kon zien.