Bij de 19e zondag door het jaar C

 

‘Knipper met je ogen en het moment is voorbij, zienderogen gaan dromen voorbij, vreemd, toch? Stof in de wind, een stofje in de wind is alles wat we zijn… Hetzelfde oude liedje, slechts een druppel water in een eindeloze zee. Alles wat we doen verkruimelt, hoewel we dat niet graag inzien. Stof in de wind, een stofje in de wind is alles wat we zijn… Geef niet op ook al is er niets dat blijft, behalve de aarde en de hemel. Alles gaat voorbij en met al je geld kan je toch geen enkele minuut bijkopen… Stof in de wind, een stofje in de wind is alles wat we zijn…’ (Vrije vertaling van het lied ‘Dust in the wind’ van de groep Kansas 1977.)

Een stofje in de wind, lucht en leegte, eindigheid… We hebben het er niet graag over, er zijn leukere zaken om over te praten dan over de dood en over het feit dat we kortstondig zijn, eindig, sterfelijk…

Ongelovigen menen dat gelovigen zwevers en fantasten zijn… Indien je het bijbelse verhaal goed verstaat, als je de woorden van Jezus leest zoals ze er staan, moeten we het tegendeel beweren; wij gelovigen kennen maar al te goed de harde realiteit van ons bestaan en nemen de dood au sérieux! Wij verzwijgen die niet, wij geven die een plaats in ons leven. De dood is een wezenlijk onderdeel, we gaan daar niet omheen. Een groot deel van Jezus’ boodschap gaat erover klaar te zijn, om elk moment de Ongewenste Bezoeker, de dood, te kunnen ontvangen. Gereed staan, je lampen brandende, je olielamp goed gevuld. Weest waakzaam want je kent noch dag noch uur.

Jezus leert ons met de dood voor ogen een levenswijze aan van onthechting, openheid en vertrouwen. Jezus bracht de volheid van het leven en dat juist in schril contrast met het lijden en de gewelddadige dood die hij stierf. Leef ten volle, elk moment, zorg dat je nergens spijt over hoeft te hebben, dat je hart niet verontrust is, maar dat je gemoed vol vrede en liefde is. Als de Ongewenste Bezoeker plots voor je staat, wees dan niet bang, maar zorg dat je dan bij jezelf kan zeggen: het is goed geweest, ik heb liefde kunnen geven, ik ben verzoend met mijn verleden, met hoe ik heb geleefd, zonder wrok of haat verlaat ik de wereld, de aarde waarop ik even mocht vertoeven, ik ben niet meer dan een stofje in de wind, maar ik word gedragen, voel me gedragen door een liefde waaraan geen einde komt.

Juist in het licht van de dood ontdek je de schoonheid van het leven, of zoals Rabindranath Tagore het zegt (want het zijn toch steeds weer de dichters die dichter bij de waarheid staan): ‘De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.’

Of een gedicht – om af te ronden – van een hedendaagse dichter van bij ons, Bart Moeyaert ‘As is steen’

Ik ben de wereld
zowat overal
te lijf gegaan,
en als het nacht was
dacht ik: morgen
ga ik weer.
Pas als ik sterf
leg ik me erbij neer
dat ik bij leven
hard als steen lijk,
maar vergankelijk
ben als gras,
en dat mijn vuist,
net als mijn vloek,
niet meer is dan
een handvol as.

Jezus leert ons op een goede manier om te gaan met de dood en tenvolle te leven. Het is de levenswijze van de heildronk in het Hebreeuws: “Lechaïm: Op het leven!”