Bij het feest van de Doop van de Heer jaar C

Ik wil even met jullie blijven haperen bij de vraag uit het evangelie over Johannes de Doper: ‘of hij niet de Messias zou zijn’ Messias zijn. Wij allen zijn gedoopt om Jezus’ naam te dragen en te zijn zoals Hij was, geliefd kind van God, Redder en Gezalfde, geroepen om Christusfiguren te zijn. Wij allen zijn gedoopt met gewijd water maar ook gezalfd met heilige olie, met chrisma, zo werden wij gezalfden, messiassen om de blijde boodschap te verkondigen en te beleven.

Bart Peeters zingt in zijn lied ‘Messias’:

Ik ben op zoek naar een messias

Man of vrouw heeft geen belang

Die mijn ziel wat heil kan geven

Want dat zoekt mijn ziel al lang

Ik ben op zoek naar een verlosser

Zo eentje die er zin in heeft

Hij hoeft niet voor mij te sterven

Als hij mijn zonden maar vergeeft

Wil er iemand mijn messias zijn?

Wij hebben nood aan messiassen, mensen die redden en licht brengen, die woorden spreken en doen als balsem voor de ziel, om stramheid te versoepelen en nieuwe toekomst mogelijk te maken. Om dat oude visioen van Gods wereld telkens weer nieuw leven in te blazen komen wij hier wekelijks samen, om ons geloof te vieren en in woorden uit te spreken, om het verhaal te horen dat ons in beweging brengt, om niet te vergeten dat wij een broodbrekende gemeenschap zijn, geen kerk van zware stenen, maar een bezielde beweging, een bezield verband.

Om te voldoen aan de deelname in het messiasschap van Jezus, moeten wij geloven in wat Hij geloofde, moeten wij doen wat Hij deed. Die afspraken vernieuwen we hier telkens weer in de geloofsbelijdenis, in de concrete acties die wij voeren tegen onrecht, in de verbondenheid met hen die ziek zijn of aan hun lot overgelaten. Messias zijn, christen zijn is net als Jezus ervaren dat het geloof in de liefde van God niet vrijblijvend is en van ons duidelijke stellingname vraagt.

Of zoals de joodse wijsgeer en rabbijn Emmanuel Levinas schrijft:

‘In het feit dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale gerechtigheid samenvalt, ligt de hele geest van de joodse bijbel. Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. De relatie tot de mens, waarin het contact met het goddelijke zich voltrekt, is niet een soort “geestelijke vriendschap”, maar een rechtvaardige economie, waarvoor iedere mens ten volle verantwoordelijk is.’

Messias zijn, christen zijn, is de liefde van God belichamen en dat vergt veel van ons, ja, zelfs alles van ons. Maar God laat zijn gezalfde niet alleen, God is de kracht in mensen die werken aan een nieuwe wereld. God, ja, God, – wie of wat bedoel je als je ‘God’ zegt?

Met ‘God’ bedoelen wij als christenen, o.a. de Stem die, door heel de bijbel heen, om recht en ontferming vraagt voor arme en vreemdeling, die roept ‘Red hen die geen verweer hebben’. Messiassen, wij dus, maken de afspraak dat wij het visioen van een ‘koninkrijk van God’ niet opgeven; dat wij zullen blijven verlangen naar een nieuwe wereld, en ons hele leven daarnaar inrichten.

Schilderij Doop van Jezus / Geneviève Matthys 2011