Bij de 30e zondag door het jaar B

‘Heb medelijden met mij, zie mij aan, zie mijn ellende!’ Soms zijn wij als de blinde Bartimeüs, aan de kant van de levensweg, hopend op iemand die ons ziet staan, die ons in de ogen kijkt en zegt: ‘Hier ben ik, wat kan ik voor jou doen?’

Heel de bijbel door gaat het over een God die het wel en wee van zijn volk zieten die elk mensenkind persoonlijk in de ogen kijkt en zegt: ‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, ik hou veel van je.’ (Jes. 43:4)

Wie aangekeken wordt door ogen vol liefde, wordt meer mens, in een ogenblik wordt het leven weer zinvol, mag je worden wie je in werkelijkheid bent, waardevol, kostbaar, iemand om van te houden. In een ogenblik, een kort moment, kan je leven ondersteboven gezet worden door de blik van iemand die je in de ogen kijkt. Dan ontstaat er een verbinding, twee zielen ontmoeten elkaar, want ogen zijn de spiegels van de ziel.

De Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas (°1906 +1995) had het heel vaak over de ander die ons tot een persoon maakt. Niet het ‘ik’ is belangrijker dan de ander, maar de ander maakt het ‘ik’. Het is door de ander die mij aankijkt dat ik ben en kan bestaan. ‘Ik denk, dus ik ben’ wordt bij Levinas ‘Ik ben er door de ander die mij aankijkt’. De ogen van mijn medemens zijn ook een oproep aan mij om hem/haar te zien en te waarderen. Dat is bij Levinas het appèl, de oproep van de ander met kleine letter, de medemens, met hoofdletter, God zelf die ons oproept medemens te zijn. In het gelaat van de weerloze ander ontmoeten we God zelf die ons aankijkt en vraagt om respect, vriendschap en liefde. In een ogenblik ontstaat verbinding, gaan onze ogen echt open.

Op deze foto zien we de ogen van de Boeddha die in de vier windrichtingen over de wereld kijken. De neus heeft de vorm van het cijfer 1 in het Newar (de taal van een Nepalese volksstam) en de bovenste oogleden zijn half gesloten zodat de iris half te zien is. Dit moet het meditatieve karakter van de Boeddha voorstellen. De ogen van de alziende Boeddha zijn geschilderd op verschillende stoepa’s in Nepal, Sikkim, Tibet en Bhutan. Deze foto toont de Bodnath-stoepa in Kathmandu, Nepal.

Deze alziende ogen doen ons denken aan het oog van God dat ons ziet en dat we dus altijd en overal in de gaten gehouden worden. ‘God ziet U, hier vloekt men niet’. Herinner je die schilderijtjes nog? Het blijft waar dat we best niet vloeken, maar mag ik vanuit deze bezinning besluiten, dat we die alziende ogen van God mogen bekijken vanuit de gedachte dat God ons graag ziet. God zegt: ‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, ik hou veel van je.’ (Jes. 43:4) Als God ons zo liefdevol aankijkt, kunnen wij niet anders dan elkaar met liefde en vriendschap in de ogen kijken.