Bij de 14e zondag door het jaar B

Jezus kon bij zijn eigen volk, in zijn eigen streek, weinig doen, omdat de mensen die Hem kenden weinig opening lieten voor het nieuwe dat Hij kon brengen. We zijn het zo gewoon om muurtjes op te trekken, om ons af te sluiten voor het onverwachte, het nieuwe.

Zo denken, spreken of roddelen wij over anderen:
“We weten wel wat zij zal zeggen, we kennen haar al lang genoeg.”
“We kennen hem nog van vroeger, hij was niet de braafste van de klas.”
“Weet je dan niet dat zij de dochter is van die… je weet wel.”
“Ondertussen kennen we wel zijn mening zeker,
die zal niet meer van gedacht veranderen…”

Muurtjes.

We zetten de ander vast in onze eigen meningen over die persoon. We hebben van elk van onze kennissen wel een beeld gevormd en dat beeld klopt voor een stuk, maar niet helemaal. Laten we het toe dat mensen evolueren, groeien als mens?

Dat doet me denken aan een mooie tekst van Stef Bos: Beeld.

Jij pint mij vast
op wie ik was
jij weet niet wie
ik ben geworden
je luistert niet
naar wat ik zeg
je hoort alleen
wat je wil horen

Ik zie hoe jij
jezelf niet loslaat
de angst waarmee
je zeker leeft
jij hebt een beeld van mij
dat stilstaat
een beeld van mij
dat niet beweegt

(uit ‘Gebroken zinnen’, Stef Bos, 2004)

Het werkt zo bevrijdend om met een open geest in het leven te staan. Als mensen van de Jezusbeweging leren we elke dag opnieuw van Jezus om met heel veel liefde onze medemens tegemoet te treden, om naaste te worden, lot- en tochtgenoot. Het is aan ons om muurtjes af te breken, om onszelf en anderen telkens weer nieuwe kansen te geven, om ruimte te laten voor het onverwachte.

Laten we in het voetspoor van Jezus elkaar bemoedigen en aanvuren. Laten we dankbaar zijn dat we als mens mogen groeien, dat we niet vastgeketend zijn door wat anderen over ons denken of door onze voorgeschiedenis, onze omgeving. God maakt alles nieuw. Laten we openstaan voor dat nieuwe.

Wie met een open geest leeft,
kijkt anders naar mensen en dingen,
die ziet in elke rups de vlinder,
in elk zaadje de bloem,
in elke zondaar de engel,
in elke mens een glimp van Gods liefde.