Bij de 23e zondag door het jaar B

Blinden zullen zien, doven horen, stommen spreken, lammen lopen. Het is een heel gekende wensdroom uit zowel het eerste als tweede testament van onze bijbel. Profeten voorspelden het en Jezus deed het, het evangelie staat vol van die wonderverhalen, zelfs Jezus’ leerlingen ontvingen die kracht om mensen te genezen. In Jezus’ kracht kunnen mensen terug zien, horen, spreken en lopen. Tot op vandaag zijn er enkelingen die een wonder mogen ervaren, die op onverklaarbare wijze genezen. In heel wat bedevaartsoorden zijn uitingen van dankbaarheid terug te vinden van gelovigen die verlost werden van hun kwalen. De krukken, de brillen, ze hangen daar als stille tekenen van wonderen.

Heel vaak zeggen mensen die ziek zijn, dat gezond zijn een zegen is en dat wanneer je gezond bent, je daar eigenlijk niet bij stilstaat. Ons lichaam is wonderlijk, maar ook zo broos. Met onze ogen zien we de werkelijkheid, met onze oren horen we geluiden, met onze spraak kunnen we spreken en zingen. Hoe ingenieus zit ons lichaam toch in elkaar! Maar pas wanneer iets van ons lichaam niet meer goed werkt, komen we in de problemen en ervaren we onze beperktheden.

De godsdienst van de God die is ‘Ik zal er zijn voor u’, leert ons te geloven dat wij tot meer in staat zijn of tot meer zijn geroepen. Deze schepping is onaf, maar wij kregen een verstand en een gevoel om aan die schepping te werken, om er mee om te gaan. Er bestaan wonderdoeners die met ongekende krachten werken, er zijn heel wat artsen die patiënten van hun kwalen verlossen, de geneeskunde blijft in evolutie, we kunnen meer en meer. De godsdienst van de God die is ‘Ik zal er zijn voor u’, leert ons ook op een andere manier om te gaan met de schepping. Wij hebben fysieke ogen om te kunnen kijken, met of zonder bril of lenzen, maar ons geloof zegt: zonder inzicht, zonder visie sta je nergens. Wij hebben oren om te horen met of zonder hoorapparaat, maar ons geloof zegt: zonder te kunnen horen op een dieper niveau kun je de boodschap achter de verhalen en woorden niet verstaan. Wij hebben een tong in onze mond om te kunnen spreken met of zonder spraaktechnologie, maar ons geloof zegt: zonder een andere taal te hanteren blijven woorden leeg of klinken ze als schelle cimbalen.

Ons geloof maakt ons bewust van de ogen, oren en taal van het menselijke hart. “Enkel met de ogen van het hart kan je werkelijk zien”, zegt de kleine prins. “Word mensen met een nieuwe visie die een nieuwe taal spreken”, vraagt de apostel Paulus. “Efetta, ga open, open je hart”, is wat Jezus ons elke dag opnieuw vraagt te doen. Laten wij dus niet blind, of doofstom blijven voor die blijde boodschap.