Bij de 5e Paaszondag jaar C

Als een kind bang is kruipt het dicht bij zijn moederen nestelt het zich in haar schoot, alsof het wil terugkeren naar de tijd van voor de geboorte, terug naar de veilige geborgenheid van de baarmoeder.

Ook volwassenen zoeken geborgenheid, wanneer ze ziek of of bang zijn kruipen ze in een bolletje, maken zich heel klein of nestelen ze zich in de zetel of proberen slaap te vinden onder warme dekens. Wij zijn als mensen geneigd om ons te nestelen, te zoeken naar welbevinden, liefst in de warmte (douche, bad, zetel, bed) en iets dat dicht om onze huid zit (dekentje, een lievelingstrui…)

Wij zijn thigmofielen… Een beetje uitleg of thigmofilie: dat is de tegenhanger van claustrofobie. Het is de liefde voor de kleine ruimte, het verlangen naar geborgenheid, grond onder je voeten, het gevoel dat wegkruipen de beste oplossing is, het is het zoeken naar het tastbare geluk op de vierkante meter.

In elk van ons leeft een heimwee naar de paradijselijke toestand, naar een tijd waar alles goed en vol liefde was. Je kan het ook positief stellen en zeggen dat de rust en de vrede, de innerlijke harmonie die in je leeft een verwijzing is naar die oorsprong, naar die paradijselijke toestand van eenheid, evenwicht en harmonie.

Het is zoals Jalal al-Din Roemi spreekt over de rietfluit: “Hoor hoe klagend de rietfluit klinkt, hoe hij vertelt over lange scheiding:  ‘Sinds ik uit het riet werd weggesneden, klagen mannen en vrouwen in mijn gefluit. De scheiding moet mijn borst doorboren, opdat ik zeg hoe ik lijd door verlangen. Ieder die van zijn oorsprong is verdreven, wil terug naar de tijd van samenzijn.”

Lees de scheppingsverhalen uit alle culturen en tijden, ze komen op hetzelfde neer: er bestond een paradijstijd, een hof van Eden, een scheppingstuin, zowel in de Thora als in de Koran, ook in het oude Egypte kende men Aaloe, het Rijk van de Zonnegod in het Oosten. Ook bij het noemen van Atlantis gaat je verbeelding werken…

In alle godsdiensten wordt er ook verwezen naar de eindtijd, naar wat het doel, de bestemming is van onze huidige wereld; hoe je die wereld ook noemt of droomt, probeer er nu al naar te leven…

De apostel Johannes verwijst in zijn visioen naar de oerchaos, de zee. Die zee zal niet meer zijn. De zee, kristal geworden, verblindend, geeft haar doden terug. In de nieuwe wereld zal geen pijn, geen ziekte, geen rouw, geen verdriet, geen dood meer zijn, want God maakt er alles nieuw! Daar zal liefde zijn en niets anders…