Bij de zesde paaszondag B

Als je het niet kan zeggen, zing het dan… Daarom staan in er in de Bijbel zoveel lofzangen en klaagliederen. Wanneer mensen vreugdevol zijn, gaan ze spontaan zingen, wanneer ze droevig zijn, worden melodieën weemoedig en klinken in mineur. Zingen is iets heviger zeggen, is tweemaal bidden… Zo zijn de 150 psalmen bedoeld om te zingen, te reciteren op vastgestelde melodieën. De oden, de liederen van koning David en koning Salomo, bezingen het wel en wee van ons menselijke bestaan. De zus van Mozes, Myriam, zong en speelde op de tamboerijn bij de bevrijding uit Egypte aan de Rietzee, koning David danste en zong voor de ark. We kennen het lied van Hanna, van Simeon, van Daniël, van Zacharias, het Magnificat van Maria, het hooglied van de liefde… Ook de apostel Paulus schreef in zijn brieven lofzangen. Het lied over de liefde is een liedje dat we niet làten kunnen, het is het mooiste lied dat mensen kunnen componeren en zingen, je raakt er niet over uitgezongen, het blijft in je hoofd hangen. Doorheen de bijbel klinkt een lied, een hevig lied over liefde en verlangen. Het is als een refrein, als een rode draad: God is liefde.

Uit liefde is onze wereld ontstaan door onze God die een lied zong over licht en leven, over wezens die elkaar beminnen. Het mensenpaar zong over liefde en gaf liefde door. Tot op vandaag zingen mensen over liefde in alle toonaarden, elk volgens zijn ritme en gevoel.

“God is liefde” is wellicht de beste samenvatting van ons geloof. En dat werkt in twee richtingen: wanneer wij geloven in God hebben we het over de liefde… wanneer wij geloven in de liefde weten wij dat God ons nabij is… Ubi caritas… daar waar vriendschap is en liefde, daar is God…

1 Johannes 4, 8: “Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde!”

Laten we samen zingen:

Daar waar vriendschap is en liefde, daar waar vriendschap is, daar is God.

Gij die ons in het leven roept en ieder kent bij name, wij bidden u en zoeken u, vader, verre vriend. Gij die de mensen liefhebt en tot liefde hebt geschapen, wij zegenen uw maaksel: mensen naar uw beeld. Gezegend zij die vrienden zijn,  elkaar een steun en toeverlaat, die delen brood en leven, die heiligen uw naam.

Daar waar vriendschap is en liefde, daar waar vriendschap is, daar is God.

Gezegend zij die strijden voor vrede en gerechtigheid, gezegend de geduldigen die uitzien naar uw toekomst. Gezegend en geprezen zij die ongevraagd en ongezien hartverwarmend zijn en lief en eerlijk en getrouw. Gezegend is de nieuwe mens die onze hoop verankert, die spreekt en is uw eigen woord: vriendschap en waarheid, gebroken knecht, minste mens, dienaar van uw trouw, die leeft voor ons ten dode toe: Jezus Messias.

Daar waar vriendschap is en liefde, daar waar vriendschap is, daar is God.

Gezegend zij die doen als hij en opstaan tegen alle dood, die ademen uw geest, die leven naar uw woord. Gezegend zij die vrienden zijn, die moeizaam of van harte delen brood en vrede, die stichten hier uw rijk. Gij die ons mensen hebt gemaakt, bekleed ons met zijn naam, maak ons nieuw en zegen ons en schenk ons aan elkaar.

Daar waar vriendschap is en liefde, daar waar vriendschap is, daar is God.