Bij de 14e zondag door het jaar C

Op weg, zegt Jezus, ga maar, verkondig de blijde boodschap. Laat je door niets hinderen en neem niet teveel mee, sandalen, een herderstok, dat mag wel. Om de boodschap van Gods liefde te verkondigen moet je echt niet veel kennen, wel moet je vrede in je hart kennen, gemoedsrust, wel moet je geloven en Gods liefde voelen, de kracht van de liefde, je niet teveel zorgen maken en vrij zijn, niet gehecht zijn. God heeft mensen nodig, hij werft hen aan om zijn boodschap te verspreiden. Gelovigen, mensen uit de Jezusbeweging, zijn Gods uitzendkrachten. Geroepen zijn om op weg te gaan met enkel Gods liefde.

Wat Jezus van ons vraagt is een spirituele weg te bewandelen, de weg van de liefde, de zorgeloosheid en de onthechting. Het evangelie bevat dezelfde eeuwenoude wijsheid die we in alle uithoeken van de wereld tegenkomen. Ik geef één voorbeeld: 500 jaar voor de komst van Jezus, schreef Li Erh, een tijdgenoot van Confucius, in het verre en toen nog niet gekende China, de Lao Tzu of de Tao-te ching, het boek van de Weg en zijn Macht. In hoofdstuk 19 staat kernachtig: “Geef blijk van duidelijkheid en omhels het pure; verminder eigenbelang en maak je begeerten gering; ban leren uit en maak je geen onnodige zorgen.”

In christelijke taal uitgedrukt: spreek over Gods liefde in waarheid en oprechtheid, bewandel de verheven weg van de liefde, leer de weg van de graankorrel gaan, leef niet voor jezelf, verzamel geen schatten op aarde, wees arm van geest, leer van de vogels en bloemen onbezorgd te zijn in het diepe vertrouwen dat God met jou het beste voorheeft.

Dit lijkt een moeilijk begaanbare weg, maar het is te doen. Amos, de veeboer en vijgenteler was profeet. De stotterende en verlegen Mozes werd redder van zijn volk. De vissersvrienden van Jezus werden rondreizende predikanten. Waarom zouden wij die weg niet meer kunnen bewandelen? God gelooft in ons, Hij zendt ons uit, wij zijn Gods uitzendkrachten. Wij doen het natuurlijk wel op een andere manier.

De sandalen uit Jezus’ tijd verwezen naar Mozes die wist zijn sandalen uit te doen op heilige grond. Maar de leerlingen van Jezus mochten het stof van hun sandalen afschudden wanneer hun boodschap niet werd aanvaard. Welk schoeisel wij ook dragen, het mogen symbolen zijn van de stappen die wij zetten naar anderen toe, van hoe wij stap voor stap de blijde boodschap verkondigen.

De herderstok uit Jezus’ tijd verwees natuurlijk naar het herderen, maar ook naar Gods aanwezigheid en bescherming: denk maar aan het verhaal over de staf van Mozes, denk maar aan psalm 23: “Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.”

Laten wij dus samen verder op weg blijven gaan, de weg van Gods liefde, om die liefde te blijven verkondigen waar wij ook komen. Wanneer wij zwijgen over God, maken wij God monddood, wij zijn Gods uitzendkrachten, wij zijn zijn mond, zijn belichaamde liefde op de wegen die wij bewandelen.