Bij de 25e zondag door het jaar C

 

De bijbellezingen gaan dit weekend over geld en goed, over de harde wetten van de economie en de weerloze slachtoffers van een systeem dat zich zichzelf wil in stand houden omdat rijken rijker en armen armer zouden worden.

De woorden van de profeet Amos zijn duizenden jaren later nog steeds herkenbaar en verwijzen helaas nog steeds naar de realiteit van economische slaven, van onderbetaalde jobs, van gesjoemel aan alle kanten, van de honger naar steeds meer, ten koste van de weerlozen.

Jezus maakt een moeilijk verstaanbare vergelijking over de handelswijze van een slechte boekhouder die het bezit van anderen verkwist en zo schulden maakt, maar op de koop toe hun schuldenlast verkleint om het goed te maken. Begrijpe wie begrijpen kan…

Dat brengt ons naadloos bij alle onbegrip over de huidige gang van zaken bij het opeisen van de hoge ontslagpremies van parlementariërs, bij de waanzinnig hoge salarissen van CEO’s, bij de kostprijs van geneesmiddelen enzovoort.

De wereld draait door, het geld is dikwijls des duivels, de geldgod maakt ontelbare slachtoffers, voor geld gaan mensen soms letterlijk over lijken. Het is niet nieuw, het is van alle tijden, dat weten we, maar als gelovigen kunnen we ons daarmee niet verzoenen. In ons geweten knaagt het, de stem van de bijbel klinkt in onze gedachten, de roep om rechtvaardigheid en het opkomen voor de weerlozen.

Een wereld die draait om geld en niet om de mens draait door, draait zot. Heel de bijbel door klinkt de roep om rechtvaardigheid en aandacht voor de arme, de zieke, de vluchteling, de weduwe, de wees, de weerloze. Het bijbels verlangen naar eerlijke verdeling van geld en goed, van aandacht voor wie niet meer meetellen was en is de drijfveer van zovele activisten voor een betere samenleving. De eerste christenen leefden volgens het communistische principe, iedereen gelijk, iedereen evenveel. Maar oneerlijkheid en hebberigheid waren helaas sterker.

Zal het ooit mogelijk zijn een wereld te scheppen waarin elke mens niet minder is dan zijn medemens, waarin gelijke kansen zijn en geen discriminatie, geen schulden meer of woekerwinsten, iedereen vrij toegang heeft tot o.a. onderwijs en gezondheidszorg… Een droom, een luchtkasteel? Een onbereikbaar ideaal? Of een onbereikbaar ideaal dat ons niet verlamt, maar in beweging zet om het meest haalbare te bereiken? ‘Mensen zijn geroepen om elkaar te dienen’. Om voor elkaar zo goed als God te zijn. Kan dat?

Bijbels gezien: het kan. Want de bijbel is het verhaal over een God die mensen vraagt, zelfs smeekt, om hem na te volgen in zorg en liefde voor mensen. God ziet de ellende, hoort de schreeuw om bevrijding, dus is het ook aan mensen om hun oren, ogen en hart te openen. Heb je ooit, in enig godsverhaal, gehoord van een God die zich ‘bekeert’? De God van de bijbel bekeert zich. In het uittochtverhaal vervloekt hij ‘de kinderen van Israël’ als ze een andere god, in de gedaante van een gouden stierkalf, verkiezen boven hem. Maar Mozes vraagt hen te sparen, en God bekeert zich. Hij is: ‘Ik zal er zijn’, erbarmend, genadig, geduldig, rijk aan liefde en trouw. Laten wij het hem nadoen.