Vrij naar Kahlil Gibran uit ‘Jesus The Son of Man’, 1928

 

Zalig zij die vredig van geest zijn.
Zalig zij die niet gevangen zitten
in hun bezittingen,
want zij weten wat vrijheid is.
Zalig zij die honger hebben
naar waarheid en schoonheid,
want hun honger zorgt voor brood
en hun dorst voor koel water.
Zalig zij die vriendelijk zijn,
want vriendelijkheid zal hen troosten.
Zalig zij die eenvoudig zijn van hart,
want zachtmoedigheid is hun deel.
Zalig zij die vrede stichten,
want zij maken de wereld bewoonbaar.
Zalig zij die zich niet laten opjagen,
want hun rust geeft anderen vleugels.
Zalig zij die de bron van vreugde kennen,
want zij vinden de hemel in hun ziel.