Priester Pradip

Leefsleutels

Bij de 21e zondag door het jaar (A-cyclus)

Vroeger bestond er het vak leefsleutels,
dat vak is ondertussen opgegaan in andere vakken
in de eerste graad van het secundair onderwijs.
Het vak leefsleutels wil het sociaal emotioneel welbevinden
van kinderen en jongeren bevorderen door aandacht te besteden aan:
de ontwikkeling van sociaal emotionele vaardigheden,
sociaal emotionele thema’s zoals pesten, vriendschap,
de dood, faalangst, samen spelen, agressie, enz.
Sleutels om te leren leven met elkaar en met het leven zelf.
Zo’n sleutel is bijvoorbeeld Goe Pa Gra Da.
Goeiendag. Pardon. Graag gedaan. Dankuwel.

Niet alleen jongeren krijgen leefsleutels via het onderwijs,
maar ook gelovigen wereldwijd
ontvangen leefsleutels via verschillende godsdiensten.
Het zijn onder andere de 10 geboden, yoga-oefeningen,
de Bergrede, het achtvoudige pad tot verlichting, meditatie.
Die leefsleutels dienen om de rijkdom van ons bestaan te openen.
Net als schattenjagers speuren wij naar de diepere zin van ons leven,
maar op de schatkist die het leven is, zitten heel wat sloten.
Er zijn symbolisch gezien heel wat sleutels
waar we handig kunnen gebruik van maken:
de enige, echte sleutel zal altijd de liefde blijven,
maar ook sleutels als hoop en geloof, vreugde en dankbaarheid,
wijsheid, inzicht, moed en doorzetting, het zijn allemaal sleutels
die ons helpen bij het openen van de schatkist van het leven.

Petrus krijgt in het evangelie de sleutels van het koninkrijk van de hemel,
daarmee kreeg hij als figuur een sleutelpositie in de kerkgeschiedenis.
Het Petrusambt, uitgeoefend door de paus,
had altijd te maken met macht, niet altijd ten goede,
maar toch vooral met de macht om Gods aanwezigheid op aarde
zichtbaar te maken en het geloof onverminderd door te geven.
Wij allen als gelovigen kregen sleutels in handen,
om deuren te openen, de schatkist van ons geloof af en toe te openen,
maar ook om af te sluiten om ze te beschermen.

Ieder van ons heeft nu wellicht een sleutel op zak, of zelfs verschillende,
en elke sleutel verwijst naar een slot, een slot van een voordeur,
een slot van een fiets, een slot van een autodeur…

Maar met geen één van die sleutels openen wij ooit het mensenhart,
met geen één van die sleutels openen wij de rijkdom van ons geloof,
laat staan dat er hier iemand is die de hemelpoort kan openen…
of toch…

Want een heel oud verhaal leert ons het volgende:

Toen het heelal uit de Oneindigheid tevoorschijn was gekomen,
bevonden de mensen zich nog in een staat
van oneindige scheppingskracht, dicht bij God.
Maar God wilde dat de mens zich tot een zelfstandig schepsel
zou ontwikkelen en creëerde daarom de aarde
als woonplaats voor de mensen.
‘Maar hoe voorkomen we dat de mensen
steeds terugkomen naar de hemel?’ vroeg de aartsengel Gabriël zich af.
‘Want ze moeten nu wel blijven waar ze zijn
om zich verder te ontwikkelen.’
God en de andere aartsengelen knikten
en begonnen te bedenken wat ze konden doen
om de mens op aarde te houden.
De engel Michaël zei: “We moeten de hemel afsluiten.’
‘Maar waar laten we dan de sleutel?’ vroeg Gabriël.
Michaël antwoordde: ‘We moeten de sleutel ergens verstoppen
waar de mensen hem niet kunnen vinden.’
‘We zouden de sleutel op de bodem
van de diepste oceaan kunnen leggen,’ stelde de engel Rafaël voor.
Maar God zei: ‘Ik ken de mensen, daar zullen ze hem zeker vinden.’
‘Dan verstoppen we de sleutel onder de sneeuw
op de top van de hoogste berg,’ zei de engel Uriël.
Maar God zei weer: ‘Daar zullen ze hem zeker vinden.’
‘En in de verste uithoek van het heelal?’ vroeg de engel Ezchiël.
God antwoordde: ‘Ook daar zullen ze hem vinden.’
Toen nam Gabriël weer het woord: ‘Ik weet wat we moeten doen.
We verstoppen de sleutel in het hart van de mens!’
En toen zei God: ‘Ja, laten we dat doen.
De mensen vinden de sleutel eerder op de bodem van de diepste oceaan,
of op de top van de hoogste berg, of in de verste uithoek van het heelal
dan in hun eigen hart.
Maar als ze hem in hun eigen hart vinden,
dan zullen ze hem ook mogen gebruiken!’