Bij de vierde zondag van de vasten B

Er moet licht zijn, en er was licht, en God zag dat het goed was. Elke dag opnieuw verdrijft het ochtendlicht de duisternis van de nacht. Tegen alle chaos in bracht God orde en regelmaat, maar voortdurend gaat de strijd door tussen goed en kwaad, licht en donker, recht en onrecht, waarheid en leugen, liefde en haat. Het is aan ons om de keuze te maken. Jezus vraagt ons te kiezen voor het goede, voor het licht en niet mee te doen met alle krachten van de duisternis. Wie kiest voor het licht helpt deze wereld vooruit. De weg vooruit naar een betere toekomst, weg van de oude wereld vol onrecht en duisternis. Wie kiest voor het licht, laat al het kwade achter zich. ‘Gelovig zijn’ vraagt dus wel iets van ons, vraagt alles van ons. Het is elke dag weer kiezen voor het licht en een strijd voeren met alle tegenkrachten.

Broederlijk Delen vestigt dit jaar onze aandacht op het Afrikaanse land Oeganda, terwijl uiteraard ook alle andere projecten ondersteund blijven. Tot iedereen mee is (de baseline van Broederlijk Delen) jawel, tot iedereen mee is in het verhaal van delen en herverdelen, van onrecht verbannen en werken aan een betere wereld voor allen, zolang moeten wij ons inzetten en het niet opgeven. Dat wij ons niet neerleggen bij de harde realiteit, is onze kracht. Dat wij strijden tegen al wat ons klein houdt, is onze roeping. Wij als christenen worden door Jezus ‘kinderen van het licht’ genoemd, mensen als licht voor de wereld, tegen alle duister in. Kinderen van het licht, of wat sterker nog: strijders van het licht, mensen die het goede willen en het kwade mijden, die wijsheid zoeken en weten dat er veel dwaasheid is, die telkens na elk falen herbeginnen, die hun eigen zwakheden kennen en er dus aan kunnen werken.

Paulo Coelho schreef een handboek voor de Strijders van het licht, wat mij heel dierbaar is en mij spiritueel sterkt; hij grasduinde wijsheid bij elkaar vanuit verschillende rijke tradities waaronder hoofdzakelijk het christendom, jodendom, maar ook uit het boek De weg van de Samoerai, de Tao en de eed van de ridders uit de Middeleeuwen. De strijder van het licht is niet uit op strijd en geweld, hij moet op de eerste plaats met zichzelf in het reine komen, weet hebben van zijn eigen gevoelens, en deze zijn ook dikwijls tegenstrijdig. Een strijder van het licht levert als het ware telkens opnieuw strijd met zichzelf, op zoek naar evenwicht, slechts vanuit de vrede van het eigen hart kan hij vrede brengen rondom hem, kan hij het hoofd bieden tegen zoveel onvrede, hij blijft staande door zijn manier van geloven en vertrouwen.

Enkele citaten uit het boek De strijders van het licht:

“Vanaf nu gaat het Universum vele eeuwen lang strijders van het licht helpen en mensen die vooroordelen koesteren, tegenwerken. De energie van de Aarde moet vernieuwd worden. Moderne ideeën hebben ruimte nodig. Lichaam en ziel hebben nieuwe uitdagingen nodig. De toekomst is heden geworden, en alle dromen – behalve die op vooroordelen stoelen – zullen de kans krijgen om zich te manifesteren. Wat belangrijk is, zal blijven en wat zinloos is, zal verdwijnen. Het is niet de taak van de strijder de dromen van zijn naaste te beoordelen, hij verspilt geen tijd aan het kritiseren van ideeën van anderen. Om vertrouwen te krijgen in zijn eigen weg, hoeft hij niet aan te tonen dat een ander de verkeerde volgt.”

“Een strijder van het licht kent zijn zwakke kanten. Maar hij kent ook zijn sterke kanten. Sommige van zijn kameraden klagen onophoudelijk: ‘De anderen hebben meer geluk.’ Misschien hebben ze gelijk. Maar een strijder laat zich hierdoor niet ontmoedigen; hij zal proberen het optimale uit zijn talenten te halen. Hij weet dat de kracht van de gazelle gelegen is in de behendigheid van zijn sprongen, en de kracht van de meeuw in de trefzekerheid waarmee hij naar de vis duikt. De strijder van het licht heeft geleerd dat een tijger niet bang is voor de hyena omdat hij weet hoe sterk hijzelf is. Dus gaat hij na waarop hij zich verlaten kan. En nooit vergeet hij zijn uitrusting te inspecteren die uit drie dingen moet bestaan: geloof, hoop en liefde. Als deze drie aanwezig zijn, aarzelt hij niet om door te gaan.”