Bij de 15e zondag door het jaar C

Wie we zijn, wat we doen, wat we leuk vinden, wat we mooi vinden, wat we denken, waar we zijn, de foto’s die we nemen, tegenwoordig kan je dit via vele communicatiesites delen in beperkte kring of direct openbaar met de hele wereld… Naar schatting gebruikt 40 % van de wereldbevolking het internet, dat was 20 jaar geleden slechts 1 %, 3 miljard medemensen kijken dagelijks op het schermpje van een smartphone, tablet of op het grote scherm van een computer… In dit Wifi en 4G-tijdperk zijn we altijd en overal verbonden met elkaar. Er worden miljarden e-mailberichten en sms’jes verstuurd, ontelbare berichten geplaatst via sociale media… Je zou denken dat er nog nooit zoveel gecommuniceerd is geweest! Er is een wereld van verschil tussen de primitieve mens die via een rotstekening of het kloppen op een holle boomstam communiceerde en de mens uit 2019 die last heeft van een sms-duim, slaaptekort en angst om van iets niet op de hoogte te zijn, de mens uit 2019 die bovenal ook verdomd eenzaam kan zijn ondanks alle communicatiemiddelen.

Ik ben geen cultuurpessimist, dat weten jullie, maar ik sluit me graag aan vanuit onze christelijke boodschap met cultuurfilosofen, sociologen en psychologen die aan de alarmbel trekken, die vanuit de feiten opmerken dat onze tijd en maatschappij dringend nood heeft, dat elke mens, ongeacht leeftijd of achtergrond, nood heeft aan de nabijheid van een medemens, aan een cultuur waarbij liefdevolle aandacht terug centraal staat. Het is niet voldoende met elkaar in contact te staan via toetsenborden en digitale schermpjes. De mens van 2019 moet weer leren communiceren met elkaar, van aangezicht tot aangezicht, moet elkaar weer leren nabij zijn… Jongeren in het bijzonder hebben het vaak heel moeilijk om overeind te blijven en zichzelf te vinden in deze hectische tijd waarbij de sociale druk enorm groot is en de verwachtingen torenhoog.

Jezus leert ons te kijken in de ogen van onze medemens en een naaste te worden, iemand die van betekenis wordt voor een ander. Kijk in de ogen van je naaste, zie in hem of haar een mens, een mens zoals jij bent, een mens met dezelfde angst en vertrouwen, een mens die zoekt naar verbondenheid en een plek op deze wereld om mens te zijn samen met anderen.

De barmhartige Samaritaan is de naaste geworden van de gewonde man, door hem te zien, door zich te laten raken door die ander, door er niet in een boog omheen te gaan, maar zich zijn lot aan te trekken.

Wij zijn als mensen toegerust met een flinke dosis gezond verstand, door het gebruik van onze hersenen is het mogelijk de diepste diepten van de oceaan te ontdekken, we hebben de mogelijkheid door te dringen in het mysterie van de samenstelling van atomen tot het vinden van het higgsdeeltje of godsdeeltje… Met onze wetenschappelijke evolutie trachten we het mysterie van het leven te doorgronden, we proberen de grootte van het universum te meten en te vinden welke kracht of element het universum mogelijk maakt… maar… hoe groot is de afstand tussen de ene mens en de andere, hoe groot blijft de afstand tussen ons hoofd en ons hart?

Jezus leert ons de weg te volgen van het hoofd naar het hart, hij leert ons te kijken in de ogen van onze medemens. Onze God verstopt zich niet in het diepste diep van de oceaan of in de verste atmosfeer in de oneindigheid van het heelal, God laat zich vinden in de mens naast ons en in ons eigen hart…

Laat me eindigen met een poëtische hertaling van de eerste lezing:

De liefde van God is niet moeilijk. Je hoeft niet ver weg te gaan om ze te vinden. Zoek het niet in de verste hemel… Dus je hoeft niet te vragen: ‘Wie van ons klimt omhoog naar de hemel om ze daar te halen?’ Zoek Gods liefde niet aan de overkant van de zee… Dus je hoeft niet te vragen: ‘Wie steekt de zee over om ze daar te halen?’ Nee, Gods liefde is heel dichtbij. Kijk in je eigen hart en leef naar Gods liefde, dan ontdek je bij anderen en overal om je heen meer liefde dan je ooit voor mogelijk achtte…