Herfst

Wij zijn als
in de herfst
aan de bomen
de bladeren

(Guiseppe Ungaretti, 1918, uit het boek Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld, samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, 2003, blz. 133)

Het is weer die tijd van het jaar dat alles wat weemoedig wordt, de duisternis wint terrein, de bomen ontdoen zich van hun zomerkledij. Herfst en wintertijd doen ons als mens weer beseffen dat alles eindig is en we niets kunnen vasthouden. Het doet ons meer dan anders denken aan allen die ons zijn ontvallen. Ook de Kelten wisten het al dat met het opkomen van nevel en mist op het einde van de maand oktober de grens tussen levenden en doden vervaagt, dat er intenser contact mogelijk is. Samhain (spreek uit Sowen), ook Halloween of All’s Hallowed Evening genoemd, is het Keltische oud en nieuw, als de sluier tussen de twee werelden van leven en dood het dunst is. Samhain is het feest van dood en wedergeboorte.

Onze omgang met de dood en de doden in het Westen verschilt nogal met hoe het eraan toe gaat in andere delen van de wereld. Dat werd mooi in beeld gebracht door fotografe Lieve Blancquaert in haar serie Last Days. Met Allerzielen mogen we het hebben over de eindigheid van ons bestaan, over onze onmacht, over verdriet en gemis, maar ook over wat ons troost en over liefde waaraan geen einde komt…

Doodsengel

‘Gelooft u misschien in engelen?’
De oude vrouw verbaasde zich over de vraag.
Maar het was het enige onderwerp dat Paulo interesseerde.
‘Als je oud bent, is de dood niet ver weg en ga je altijd wel ergens in geloven,’ antwoordde ze, ‘maar ik weet niet of ik in engelen geloof.’
‘Maar ze bestaan wel.’
‘Heb je er één gezien?’
In haar ogen blonk een mengeling van ongeloof en hoop.
‘Ik praat met mijn engel, mijn beschermengel.’
‘Heeft hij vleugels?’
Het was de vraag die iedereen stelde.
‘Ik weet het niet, ik heb hem nog nooit gezien.’
‘Ik weet niet of jullie me in de maling nemen,’ zei ze, ‘maar zoals ik net al zei, ik ben de dood nabij. Ik leef misschien nog vijf, tien, misschien twintig jaar – maar als je zo oud bent als ik, besef je intussen wel dat je doodgaat.’
‘Ik besef ook wel dat ik doodga,’ zei Chris.
‘Ja, maar niet zoals iemand die oud is. Voor jou is de dood iets in de verre toekomst. Voor ons is het iets dat morgen gebeuren kan. Daarom brengen veel oude mensen de tijd die hen resteert, door met omkijken. Niet omdat ze hun herinneringen zo leuk vinden, maar het confronteert hen in ieder geval niet met wat ze het ergste vrezen. Niet veel oudjes kijken in de toekomst, ik wel. Als je dat doet, besef je wat de toekomst voor je in petto heeft; de dood.’
Paulo zei niets.
‘En daarom hoop ik dat jullie geen grapjes zitten te maken, ik hoop dat er engelen zijn,’ ging ze verder.
‘De dood is een engel,’ zei Paulo, ‘ik heb hem in dit leven al twee keer gezien, in een flits, dat wel, te kort om zijn gezicht te kunnen zien. Maar ik ken mensen die hem wel gezien hebben. En ik ken anderen die door hem meegenomen werden, en die het me daarna verteld hebben. Ze zeggen dat het een aangenaam iemand is met een knap gezicht.’
De ogen van de oude vrouw staarden hem aan. Ze hoopte dat het waar was.
‘Heeft hij vleugels?’
‘Hij bestaat uit licht,’ antwoordde hij, ‘hij neemt de gestalte aan die voor u het gemakkelijkst is om te zien, als het moment gekomen is.’
De vrouw zweeg een poos. Toen stond ze op.
‘Ik ben mijn angst kwijt,’ zei ze, ‘ik heb even in stilte gebeden en gevraagd of de engel des doods vleugels mag hebben wanneer hij me komt opzoeken. Mijn hart zegt dat mijn gebed verhoord zal worden.’

(uit De beschermengel, Paulo Coelho, 2010, pp. 164-166)

Naar het licht

De donkere nacht blijft niet duren. Het duister gaat naar het licht. Zien wij nu nog geen klaarte in ons nadenken over de dood, ooit komt de waarheid van het volle leven aan het licht, in het licht van Gods liefde. Een leven lang hebben wij te leren om onze angsten te doen verdwijnen. Als gelovigen leven we in het vertrouwen dat God het werk van zijn handen niet laat vallen. Onze geliefde overledenen leven in het licht en ook wij zullen daar eens wonen, voorgoed…

(deze bezinning bij Allerzielen verscheen in alle edities van KERK&leven van het decanaat Brugge, 31 oktober 2018)