Bij de 2e zondag, veertigdagentijd (jaar A)

God zet mensen op weg en gaat met hen mee op hun levensweg, onze God is letterlijk en figuurlijk een mee-gaande God. Abraham moet zijn thuisland verlaten en op weg gaan. Jezus neemt enkele van zijn leerlingen mee naar de top van een hoge berg. De berg is in de bijbelse symboliek de plaats van godsontmoeting, waar de hemel de aarde raakt, waar mensen in een groter perspectief komen te staan. Denk ook maar aan Mozes op de Sinaï, de profeet Elia op de Horeb, en de evangelist Johannes op de berg Patmos… Maar misschien heb je zelf ook ooit al eens de kans gehad om een bergervaring op te doen? Ik heb het nu niet over het extreme bergbeklimmen met klimhaken en zo, maar over de stevige uitdaging om te voet de top van een berg te bereiken.

Ooit mocht ik met enkele gelovige jongeren van ons bisdom mee op pelgrimage in het groene Ierland. Hoogtepunt van de pelgrimage was om samen de top van de berg van de heilige Patrick te bereiken. Zowel sportieve gasten, als niet-sportieve gasten, waaronder mezelf, hebben de top weten te bereiken. Het was een sterke groepsvormende ervaring. Hoe lastig ook, voor sommigen, de wandeling naar boven was op de ontelbare losliggende keien, des te uitdagender was de afdaling… (tekst gaat verder onder de foto’s)

 

Jezus leert zijn leerlingen dat zij na hun topervaring niet boven kunnen blijven, maar dat ze moeten afdalen, terug naar het gewone en alledaagse leven. Het is goed af en toe met je hoofd in de wolken te zijn, maar onze voeten moeten ook onze weg vinden op de begane grond. Een bergervaring is heel leerrijk, je kan er wijsheid opdoen voor het leven van elke dag…

Tot slot lees ik een fragment uit de Handleiding voor het beklimmen van bergen van Paulo Coelho.

“Kies de berg uit die je wilt beklimmen: laat je bij je keuze niet leiden door opmerkingen van anderen die zeggen ‘die is mooier’, of ‘die is makkelijker’. Het doel dat je jezelf stelt te bereiken zal veel van je vergen, veel energie en enthousiasme. Voor je keuze ben je zelf verantwoordelijk, niemand anders. Dus moet je zeker zijn van wat je doet.

Weet hoe je er moet komen: vaak zie je een berg van een afstand en dan is hij mooi, interessant, één en al uitdaging. Maar wat blijkt als je dichterbij probeert te komen? Er slingeren zich verharde wegen omheen, er liggen bossen tussen jou en je doel. Wat op de kaart eenvoudig lijkt, is in het echte leven gecompliceerd. Probeer daarom alle paden en klimpaadjes uit. Dan arriveer je op een dag op de top.

Steek je licht op bij iemand die de tocht eerder heeft gemaakt: hoe uniek je jezelf ook vindt, er is altijd wel iemand die dezelfde droom had, je voor is gegaan en sporen heeft achtergelaten die de tocht makkelijker kunnen maken. Het is jouw tocht, ook jouw eigen verantwoordelijkheid, maar vergeet niet dat andermans ervaring van groot nut kan zijn.

Wees blij als je op de top aankomt: huil, geef jezelf applaus, gil, schreeuw dat het je gelukt is, laat de wind daarboven (want daarboven waait het altijd) door je hoofd waaien zodat je geest gereinigd wordt, laat hem je vermoeide, bezwete voeten verkoelen, je ogen openen, het stof van je hart blazen. Geweldig, wat eerst alleen maar een droom was, een ver visioen, is nu een deel van je leven, het is je gelukt!

Doe een belofte: je hebt een kracht in jezelf ontdekt die je niet kende, en daar moet je van profiteren. Beloof jezelf dat je die kracht de rest van je leven zult gebruiken, en liefst ook dat je andere bergen gaat ontdekken, en opnieuw op avontuur zult gaan.

Vertel je verhaal aan anderen: ja, deel je verhaal. Stel jezelf als voorbeeld. Vertel iedereen dat het kan, en ze zullen genoeg moed vatten om de confrontatie met hun eigen bergen aan te gaan.”