Bij de eenentwintigste zondag door het jaar B

Eens je het goede wasproduct gevonden hebt, koop je niet gauw nog een ander, tenzij je eens een nieuwer product wil testen, maar na de vergelijking met het vertrouwde wasproduct word je meestal bevestigd dat het ‘oude’ nog het beste is. Je bent er tevreden over, je kent zelfs anderen die ook tevreden zijn over dit wasproduct. Dit wasproduct voldoet aan je verlangens en verwachtingen bij het wassen van je kledij. Soms is er wat teleurstelling dat jouw wasproduct bijgewerkt wordt: een nieuwere verpakking, een verbeterde formule, je twijfelt, zou je het nog kopen? Zal het even goed zijn als de vorige versie? Maar toch vertrouw je op het merk, op de kwaliteit van het product, de jarenlange goede reputatie.

De leerlingen, en ook wij, worden vandaag de vraag gesteld vanuit het evangelie; weggaan van Jezus of blijven bij Jezus? Het feit dat jullie hier zijn is natuurlijk een positief antwoord. Wij blijven kiezen voor Jezus, in welke tijd we ook leven, wat de kerk ook allemaal veroorzaakt of doorstaat… Bij alle schandalen in de kerk moet ik denken aan de woorden van theoloog Bernard Sesboüé:

“Een van de grootste paradoxen van de Kerk is dat de gave van God en van Christus aan zondige mensen is toevertrouwd. De Kerk kan in haar geschiedenis nooit ontkomen aan de contradictie dat ze aan de bron door en door heilig is, maar in haar leven door en door zondig is, gewoon omdat ze bestaat uit zondige mensen. Gods gave aan de mensen is zonder meer heilig. Die gave draagt zij echter in aarden kruiken, zoals Paulus al zei. Haar gevecht, in de loop van de geschiedenis, tegen de krachten van het kwaad is ook een gevecht tegen haar leden en tegen zichzelf. Dat is wellicht de grondreden waarom zoveel christenen en niet-christenen aanstoot nemen aan de Kerk. Christus heeft ons het voorbeeld gegeven van een leven zonder zonde. Van de Kerk kan dat niet worden gezegd. Sommigen hebben haar zelfs, niet helemaal onterecht trouwens, een ‘zondig’ lichaam genoemd.”

Ja, de kerk bestaat uit zondige mensen, maar wij weten en beseffen dat de boodschap overeind blijft, ook al falen enkele boodschappers. In ons geloof gaat het om Jezus, om zijn woorden en daden, om de liefde van zijn levenswijze, het navolgen van zijn voorbeeld. Wij kiezen telkens weer voor Jezus, om Hem gaat het, om wie anders?

Petrus zegt: “Heer, naar wie zouden wij anders gaan?” Vergis je niet, in de tijd en het land van Jezus waren voldoende alternatieven, ruime keuzemogelijkheden, er waren genoeg spirituele bewegingen met charismatische leiders, er waren buiten Jezus nog messiassen/verlossers te vinden. Petrus wil met de vraag: “Wie anders?” duidelijk maken dat hij volledig kiest voor Jezus. Voor Petrus was er geen denken aan om voor een ander te kiezen. Het is als geliefden die tot elkaar zeggen: “Wie anders dan jij kan mijn hart en ziel vervullen, naar wie anders gaat mijn liefde uit dan naar jou, jij alleen en anders geen.”