Bij de 12e zondag door het jaar C

Heeft hij een baard? Draagt hij een bril? Heeft hij blauwe ogen? Draagt hij een doornenkroon… Ja, ik weet het, het is Jezus!

Jezus speelt met zijn leerlingen een spelletje ‘Wie is het?’, of beter het spelletje ‘Wie ben ik?’. Een vraag die wij ook af en toe stellen, waarschijnlijk niet luidop, maar zo af en toe. Dan vraag je jezelf af: ‘Wie ben ik?’, ‘Wat is mijn diepste identiteit?’, ‘Hoe ervaren mensen mij?’, ‘Wat zeggen de mensen over mij?’…

Het beeld dat je van jezelf hebt kan soms wel eens een ander beeld zijn dan wat mensen over jou hebben. Zo ook met Jezus. Jezus probeert in al de woorden die hij spreekt, in heel zijn manier van zijn en doen, aan zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij mens onder mensen wil zijn en hun leven ten volle wil delen. Er was een moment dat het volk Jezus tot koning wilde uitroepen, maar Jezus vluchtte van hen weg. Hij wil geen koning zijn.

Ook geen Messias, want Jezus heeft dit nooit over zichzelf gezegd. ‘Messias’ was in die dagen een zwaarbeladen, politieke term. De Gezalfde van God is de nieuwe koning die het nieuwe Jeruzalem zal mogelijk maken. Jezus had iets anders voor ogen.

Het zijn ook vooral anderen die over Jezus spraken als Zoon van God. De Joden dachten onmiddellijk aan de woorden uit Psalm 2: ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd, op de Sion, mijn heilige berg.’ Het besluit van de HEER wil ik bekendmaken. Hij sprak tot mij: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom. Jij kunt ze breken met een ijzeren staf, ze stukslaan als een aarden pot.’

Je hoort het, niet direct iets voor Jezus…

Geen verrezen Johannes de Doper, geen profeet Elia of een van de andere oude profeten… Ook het antwoord van Petrus wordt angstvallig verzwegen.

Hoe spreekt Jezus dan wel over zichzelf? Jezus sprak tot de leerlingen: ‘De Mensenzoon zal moeten lijden en verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.’

Mensenzoon, zoon van mensen. Natuurlijk zijn wij dat allemaal, wij zijn allemaal iemands kind. Jezus, de Zoon van God, spreekt over zichzelf als een zoon van de aarde, want letterlijk staat er “ben adam”, mensenkind. Adam, mens, aarde…

Jezus die van Godswege uit de hoogste hemel naar de wereld is gestuurd, wil één zijn met zijn medemensen, wil hun lijden dragen, hun lijden voelen en hun dood doorstaan. Hij wil in de aarde geborgen worden, volledig neergedaald, om door Gods kracht en liefde te herrijzen en zo de aarde, de mensheid te vernieuwen… Jezus spreekt over zichzelf als Mensenzoon, hij gebruikt die bewoording in verband met zijn keuze om niet te heersen maar te dienen en met zijn bestemming die niet anders dan langs een kruis kon passeren.