Bij de 11e zondag (door het jaar B)

Ik lust geen mosterd, maar wat ik hier tussen mijn vingers hou is wel degelijk een mosterdzaadje. Als je erop bijt proef je de mosterdsmaak. Het is nog steeds een wonder dat zo’n piepklein zaadje zoveel smaak en zoveel kiemkracht in zich draagt. In Egyptische graven van vierduizend jaar oud zijn zaadjes gevonden die nu, vierduizend jaar later, als experiment gezaaid werden en tot ieders verbazing tot wasdom kwamen.

Gods schepping zit vol wonderen, vol kiemkracht. Een zaadje wordt een plant of een boom. Maar met de nodige tijd, met geduld groeit en bloeit Gods natuur. Het helpt niet om aan jonge plantjes te trekken opdat ze vlugger zouden groeien, laat de natuur maar zijn gang gaan.

In dit mosterdzaadje ligt in alle stilte de mosterdplant te wachten. In elk mensenkind groeit de mens die God voor ogen heeft. En God heeft geduld met ons, Hij laat ons groeien, Hij laat ons onze eigen wegen gaan, Hij laat ons zelf wijsheid opdoen en met vallen en opstaan onze levenswandel te volbrengen totdat we uiteindelijk bij Hem thuiskomen voorgoed. Laten we proberen net zoals God geduld te hebben met elkaar en elkaar vertrouwen schenken, laten we elkaar de tijd gunnen om tot wasdom te komen, om te groeien in geloof, hoop en liefde.

Tot slot een verhaaltje over mosterdzaadjes, geduld en wijsheid. Klik op de afbeelding om het verhaaltje te lezen…

Dit verhaal leert ons geduldig te zijn met elkaar en elkaar de vrijheid te geven zelf onze wijsheden te ontdekken. Laten we geloven dat het groeien gaat, klein en ongelooflijk als een mosterdzaad.